NieuwVoetbal
Een fotoserie uit 1954 van André Kamperveen vestigt de aandacht op het gedeelde sporterfgoed van Nederland en Suriname. De meeste opnames zijn nooit eerder gepubliceerd.
In de collectie van het Noord-Hollands Archief heb ik een fotoserie gevonden, die de aandacht vestigt op het gedeelde sporterfgoed van Nederland en Suriname. Het gaat om zeven opnames van André Kamperveen tijdens zijn verblijf in de jaren vijftig op het CIOS in Overveen. Die periode is zeer belangrijk voor zowel de Surinaamse als Nederlandse sport.
Hij wil de kennis vergaren, die hij zijn sportieve landgenoten straks in Suriname wil bijbrengen
Historische voetbalreis
In 1990 verscheen De Eerste Surinaamse Sportencyclopedie, samengesteld door Guno Hoen. Daarin kon een lemma over André (Ampie) Kamperveen (1924-1982) niet missen, die op 11-jarige leeftijd begon met de voetbalsport.
‘Later bedreef hij ook de atletiek- en de basketbalsport. Op zijn achttiende jaar (1942) werd hij voor de dienstplicht opgeroepen en daar heeft hij jaren gespeeld voor MVV [de militaire club, jRRT]. Op een bepaald moment werd hij zowel voor het nationale basket- en het nationale voetbalteam opgeroepen.’
Kamperveen was in 1948 aanvoerder van het Surinaamse elftal tijdens het eerste bezoek aan Nederland. Het team maakte een toer van twee maanden voor een aantal wedstrijden. Hoen, de samensteller van bovengenoemde encyclopedie, maakte deze historische gebeurtenis ook mee.
De eerste aftrap was op 4 augustus in het Olympisch Stadion met Ajax als tegenstander. De reis eindigde op 6 september in hetzelfde stadion tijdens de inhuldigingsfeesten voor koningin Juliana.
Namens de Nederlandse sport sprak Fanny Blankers-Koen de nieuwe koningin toe. Het Surinaamse elftal kreeg de eer om als laatste het veld betreden, waarbij het een staande ovatie kreeg van de tienduizenden toeschouwers. Het was het absolute hoogtepunt van deze toer.

Overveen
Kamperveen stond zo aan het begin van de Surinaamse invloed op het Nederlandse voetbal. In 1954 keerde hij terug naar Nederland voor een studie aan het CIOS in Overveen voor sportleider. Voor deze opleiding kreeg hij een beurs van Sticusa, een organisatie voor culturele samenwerking tussen Nederland, Suriname, Indonesië en de toenmalige Antillen.
Het Haarlems Dagblad plaatste op 15 oktober 1954 een uitgebreid artikel over de komst van de Surinaamse sporter. ‘Hij houdt van voetballen, deze dertig-jarige Surinamer, maar vooral wil hij nu de kennis vergaren, die hij zijn sportieve landgenoten straks in Suriname wil bijbrengen om zodoende het sportieve peil omhoog te helpen.’
Als vanzelfsprekend wilde hij zich specialiseren als voetballeider, maar ook zwemmen had zijn aandacht. ‘Vrijwel niemand in Suriname zwemt goed. Reeds geruime tijd is er in Paramaribo een grote actie gaande om de stad, die tachtigduizend inwoners kent, een eigen zwembad te geven. Maar wat is een zwembad zonder instructeurs?’
En dan had Kamperveen ook nog belangstelling voor boksen, judo, atletiek, gymnastiek, ‘en wat al niet meer’. In zijn vrije tijd speelde hij voor de Haarlemse basketbalclub IHJ en de profvoetbalclub Haarlem. Op 30 oktober 1954 kwam hij in actie en was daarmee de eerste Surinaamse profvoetballer in Nederland.
Kamperveen voltooide zijn tweejarige opleiding in fases. Op 11 juli 1956 slaagde hij als boksleraar. Enkele weken later volbracht hij zijn examens als voetbaltrainer en judoleraar. Nadat hij in september ook zijn papieren had behaald als badmeester vertrok hij voor een aanvullende cursus aan de Deutsche Sporthochschule Köln, de grootste sportuniversiteit van Europa.
Op 25 januari 1957 vertrok Kamperveen weer naar Suriname om zijn opleidingen in de praktijk toe te passen. ‘Haarlem zal Ampie missen,’ kopte de Surinaamse krant Het Nieuws op 10 september 1956.
En terecht, want volgens de regionale kranten had hij in de voorgaande jaren veel indruk gemaakt. De voetballer Kamperveen werd omschreven als balkunstenaar en een snelle, spectaculaire en beweeglijke speler.
André Kamperveen scoort tegen Feyenoord. Foto van 28 mei 1955 via het Noord-Hollands Archief
Unieke foto’s
De beeldbanken van het Nationaal Archief en het Noord-Hollands Archief bevatten enkele actiefoto’s van Kamperveen als voetballer bij Haarlem, maar veel is het niet. Dat maakt het opmerkelijk dat elders bij het Noord-Hollands Archief nog eens zeven foto’s van hem zijn opgenomen, die in 1954 werden gemaakt bij zijn aankomst in Overveen.
Het gaat om de Beeldbank Fotopersbureau De Boer met bijna twee miljoen (!) afbeeldingen. Dit fotopersbureau zat van 1945 tot en met 2004 in Haarlem en hield een gedetailleerde administratie bij over de gemaakte reportages. Die diende als basis voor een gigantisch digitalisatieproject, waardoor deze collectie beschikbaar is gemaakt voor hergebruik.
Deze enorme collectie staat los van de beeldbank van het Noord-Hollands Archief, waardoor ik die serie over Kamperveen niet eerder had gezien. Omdat er in de beschrijving alleen maar Kamperveen staat, is die niet te vinden als je ook zoekt met de voornaam André.
Via het Haarlems Dagblad van 15 oktober 1954 weet ik zeker dat het om Kamperveen gaat, omdat één van die afbeeldingen in een gecropte versie werd afgedrukt. De andere zes foto’s uit deze serie heb ik dan weer nergens kunnen vinden, wat deze vondst extra speciaal maakt – zowel voor de Nederlandse als de Surinaamse sportgeschiedenis.
Na zijn opleiding speelde Kamperveen namelijk een grote rol in zijn geboorteland, zo blijkt uit het lemma in De Eerste Surinaamse Sportencyclopedie. In 1958 werd hij bondscoach van het Surinaamse voetbalelftal. Hij was oprichter en eerste voorzitter van de Vereniging van Sportjournalisten in Suriname. Hetzelfde gold voor de Surinaamse Judo Bond.
In de internationale voetbalwereld was hij een bekend gezicht bij de Concacaf, de voetbalfederatie voor Noord-Amerika, Centraal-Amerika en de Caraïben. Hij was tevens vicevoorzitter van de FIFA, als eerste Surinamer ooit.
In maart 1980 werd Kamperveen zelfs minister van Cultuur, Jeugd en Sport, maar deze politieke rol werd twee jaar later zijn dood. Op 7 december 1982 werd hij opgepakt als tegenstander van het militaire regime van Desi Bouterse. Een dag later werd hij doodgeschoten, één van de vijftien slachtoffers van de Decembermoorden.
Kamperveen zittend tijdens Haarlem – PSV op 26 december 1954. Foto Harry Pot via het Nationaal Archief
Helden van Haarlem
In totaal verbleef Kamperveen iets meer dan twee jaar in Haarlem, maar die jaren waren voor hem wel vormend. Hij volgde daar zijn opleiding aan het CIOS en verwierf ook nog eens grote bekendheid als eerste Surinaamse profvoetballer in Nederland.
Door de vondst van deze fotoserie wordt de aandacht weer gevestigd op die Haarlemse jaren van Kamperveen. Het toont het gedeelde sporterfgoed van Nederland met Suriname, zoals die ook bestaat met Indonesië en het Caribisch gebied. Als vanzelfsprekend is dit onderwerp erg belangrijk voor het Rijksmuseum van de Sport, omdat het koloniale verleden ook zijn sporen in de sport heeft achtergelaten.
Er is alleen nog veel te weinig over bekend. Wat is er in Haarlem nog te vinden van die vormende tijd van Kamperveen? Op de website Helden van Haarlem is hij bijvoorbeeld niet te vinden tussen namen als Yvonne van Gennip, Jaap Eden, Pim Mulier en Jessica Gal. Dat is niet zo gek, omdat er in Nederland weinig bekend is over deze Surinaamse sporter.
Kamperveen is weliswaar niet geboren in Haarlem, maar toch heeft een belangrijk deel van zijn leven zich daar wel afgespeeld. Als eerste Surinaamse profvoetballer in een Nederlandse competitie is hij een voorloper van Humphrey Mijnals, Clarence Seedorf, Ruud Gullit en Frank Rijkaard.
Ik hoop daarom dat deze bijzondere vondst leidt tot een uitbreiding van de eregalerij van Haarlem. En natuurlijk komt er ook een exemplaar in het Rijksmuseum van de Sport.











